Na de tweede wereldoorlog begon Riemko Holtrop steeds vrijer te werken. De nieuwe manier van werken voerde hem naar zijn ‘benzinevellen’ : dik verlijmd tekenpapier, waarop hij improviseerde met , met benzine, verdunde olieverf. Bij toeval ontdekte hij vervolgens hoe hij met sterk zuigend papier monotypen kreeg, eenmalige afdrukken van zijn nog natte improvisaties op een glasplaat. Hij experimenteerde met drukinkt en bezine – zwarte inkt en gekleurde – met krantenpapier en inktvloei. Daaruit is een techniek gegroeid die hem in staat stelde vorm te geven aan een wonderlijke poezie. Zelf zei  hij over zijn momotypen: “Je kunt het eindresultaat niet meer beinvloeden, maar ik voelde me merkwaardig vrij als ik er mee bezig was”.

Riemko Holtrop ging geruime tijd door met het vervaardigen van zijn monotypen, maar ontwikkelde ook nieuwe technieken, die uiteindelijk uitmondden in zijn scrapeboards : geprepareerd hardboard waarop hij met olieverf verschillende lagen aanbracht, die hij vervolgens met kwast en paletmes bewerkte. Met deze techniek was het resultaat weer wel te beinvloeden.

Riemko Holtrop exposeerde zijn monotypen met groot succes en kreeg vele lovende kritieken, waaruit hieronder enkele citaten. Zijn monotypen zijn aangekocht door o.a. Het Stedelijk Museum te Amsterdam , het Gemeentemuseum te Den Haag en door het Rijk.

Hans Redeker (1959): “Holtrop is een opmerkelijk kunstenaar met een geheel eigen geluid, waarin visie,gevoel, stijl en materiaal, leven en werk tot een  zeer zuivere en integrale eenheid zijn versmolten. Zijn werk is, in alle stilte, klank geworden en klank werd leven. Dat is de vervulling van elk kunstenaarschap en het maakt deze tentoonstelling (De Drie Hendricken, Amsterdam,G.H.), tot een bovenmate gelukkige ervaring. Dit werk is zuiver, eerlijk en goed”

Prof H.L.C. Jaffe (1970): “De persoonlijkheid van Holtrop – de man van verzet en geengageerdheid – toont zich in deze doeken ( scrapeboards, G.H.) door hun soms apocalyptische karakter: niet alleen de kleur maar ook de vormen suggereren de toeschouwer een kolkende heksenketel – een overdrachtelijk, maar daarom niet minder juist beeld van de wereld waarin wij leven – waarin vooral de generatie van Holtrop tegen wil en dank en tegen zijn uitdrukkelijk streven naar een lichtere wereld, is terechtgekomen. Holtrop’s authenticiteit – in zijn ontwikkeling, in zijn schilderijen en geschriften – maakt dit werk tot een waardevolle getuigenis van deze tijd en van het lot van een generatie.